Désaignes
Het stadje Désaignes toont aan dat de streek een oude geschiedenis heeft.
Het heeft zijn middeleeuws aanzien behouden; vestingmuren met hoektorens en openingen waar de versterkte poorten waren, een oude burcht en de vroegere heidense tempel, op de overblijfselen waarvan de protestantse kerk is gebouwd.
Désaignes ligt aan de vroegere Romeinse weg die van Tournon naar Le Puy loopt door de vallei van de Doux, langs St. Agrève en de Pont de Mars.
Er zijn nogal wat overblijfselen die zouden wijzen op de tocht die Caesar - Keizer van Rome - in 52 voor Christus volgde. Zo is de oude brug over de Doux, de "Pont César" en een bron in het dorp de "source César" genoemd, hetgeen waarschijnlijk wijst op oude Romeinse thermen. Men heeft op die plaatsen medailles met afbeeldingen van Nero en Caesar gevonden.
Hoewel Désaignes tegenwoordig, qua omvang, nog één van de grootste plaatsen is in de Vivarais, heeft het de belangrijke status verloren die het tot aan 1789 innam; het was toen de politieke hoofdstad van het gebied.
Désaignes werd uitgeschakeld na de aanleg van de spoorlijn Tournon, Lamastre, St Agrève via le Cheylard. Daarna werd Lamastre belangrijker. Hier zijn nu de jaar en andere markten, goed gesorteerde winkels, scholen en het ziekenhuis.
 
Désaignes ligt op 15 km van Clarat
Ander kenmerken van de streek zijn de protestante kerken die in het centrum van de steden staan. Hier zijn, ook al in die tijd, hevige godsdienstoorlogen tussen protestanten en katholieken aan vooraf gegaan. Ten tijde van Lodewijk XIV waren de protestanten landarbeiders en ambachtslieden, terwijl de grootgrond-bezitters veelal katholiek waren. Ieder huis waar een protestantse bijeenkomst plaats-vond, werd verwoest of in brand gestoken. Hun doden werd de toegang ontzegd tot de openbare begraafplaatsen zodat men de doden diep in het bos of op het erf begroef, vaak gemarkeerd door een cypres. Menig dagloner en handwerkman, vervolgd om zijn ideeën, verliet met zijn gezin het land en begaf zich naar Zwitserland, Duitsland en Nederland.  Pas in 1787 kregen de protestanten burgerrechten.